1466997083_migrants_in_hungary_2015_aug_018

Zes migratiemythes doorgeprikt

Migratie is een spektakelstuk geworden waarbij  zowel de positieve als negatieve aspecten van migratie sterk worden overdreven. Met als gevolg een migratiehysterie. Hoog tijd voor het doorbreken van een aantal migratie mythen, een betere koppeling tussen migratiebeleid en wetenschap én een erkenning dat migratiebeleid maar beperkt effectief is, zo stelt Prof. Hein de Haas (Universiteit van Amsterdam) in zijn oratie, afgelopen woensdag 22 juni.

Bij discussies over migratie overheerst het beeld van horden gelukszoekers die naar Nederland komen en het beeld dat integratie van arbeidsmigranten is mislukt. De Haas stelt dat we af moeten van het framen van migratie als ‘een probleem dat opgelost moet worden’; migratie is een intrinsieke onderdeel  van veranderingsprocessen. De Haas stelt verder dat in het migratie debat een aantal hardnekkige migratiemythen centraal staan die doorbroken moeten worden.

Migratie blijft verassend constant
Het overheersende beeld is dat migratie enorm is toegenomen. Als je de groei van de wereldbevolking meeneemt, dan blijft het aantal migranten echter gelijk: 3% van de wereldbevolking was en is migrant. Ook het beeld dat vluchtelingen Europa overstromen is overdreven: veruit het grootste deel van de migranten wordt in de eigen regio opgevangen. Landen als Libanon, Turkije maar ook Kenia vangen miljoenen migranten op. Daar steekt Europa schril bij af.

Migratiebeleid wordt niet strenger
Verder klopt het beeld dat migratiebeleid in de loop van de tijd steeds strenger is geworden niet. Het International Migration Instituut in Oxford voerde een analyse uit naar een grote hoeveelheid aan beleidsstukken uit heel Europa waaruit blijkt dat over de jaren heen meer mildere dan stengere regels zijn uitgevoerd. Er is dus een kloof tussen stoere taal en de werkelijkheid.

Migranten zijn geen oplossing voor vergrijzing
Migranten worden ook nogal eens gezien als een ‘oplossing’  voor de vergijzing, aangezien migranten over het algemeen jong zijn. Ook dat veegde hij van tafel: daarvoor is de omvang van migratie te klein en het wereldwijde probleem van de vergijzing te groot.

Migratiebeleid is beperkt effectief 
De Haas stelt verder dat migratiebeleid  ook maar beperkt effectief kan zijn en dat de geschiedenis leert dat migratiebeleid ook tegenovergestelde effecten kan hebben dan beoogt. Een voorbeeld is de ‘Now or Never’ migratie; als grenzen dichtgaan, neemt de migratie net voor de verscherping van het beleid juist toe. Een voorbeeld is de migratie vanuit Suriname naar Nederland rond de onafhankelijkheid van Suriname. In 10 jaar tijd trok 40% van de Surinamers naar Nederland. Ook is er sprake van een waterbed-effect: restricties op de ene plek leiden tot toename migratie op een andere plek. Een strenger beleid leidt er soms ook toe dat tijdelijke of circulaire migratie wordt belemmerd, zoals de seizoensgebonden migratie.  Marokko en Spanje kennen een lange geschiedenis van tijdelijke migratie; in het oogstseizoen vonden Marokkanen tijdelijk werk in Spanje en zij vetrokken na het binnenhalen van de oogst, weer terug naar Marokko. Toen migratie aan banden werd gelegd, nam deze tijdelijke migratie af en de permanente migratie toe.

Beleidsmakers die menen dat je migratie aan banden kan leggen door ontwikkeling te stimuleren zijn oost-indisch doof

Stimuleren van ontwikkeling in herkomstlanden leidt tot meer migratie
Beleidsmakers en politici die menen dat je migratie kunt verminderen door ontwikkeling in herkomstlanden te stimuleren noemde de Haas ‘oost-Indisch doof’ voor de bevindingen uit wetenschappelijk onderzoek. Onderzoek laat zien dat meer ontwikkeling tot meer migratie leidt: de belangrijkste emigratielanden zijn juist niet de armste landen maar middeninkomens landen als Mexico. Er is dus sprake van een migratie paradox: meer ontwikkeling leidt tot meer migratie. 

Liberalisering staak haaks op streng migratiebeleid
Terwijl we migratie het liefst aan banden willen leggen, verwelkomen we de vrije markt en economische groei. Dat gaat volgens de Haas niet samen: als het economisch voor de wind gaat dan gaat dat hand in hand met meer migratie. De Haas noemde dit de ‘liberalisering paradox’.

Niet de migratie zelf maar het voeden van angst is het grootste gevaar voor de coherentie

Angst voor het migratiespook
Migratie is een toenemend ‘spektakelstuk’ en wordt daarbij direct en in toenemende mate gerelateerd aan veiligheid, zo stelt de Haas. Vooral politici maken gebruik van stoere taal en waarschuwen voor aantasting van onze veiligheid als we migranten verwelkomen. De Haas gaat zelf zo ver dat hij stelt dat politici garen spinnen door de vluchtelingen en migranten als de nieuwe ‘gemeenschappelijke vijand’ af te zetten. Op die manier wordt angst gezaaid voor een ‘migratiespook’. Maar ook andere maken zich schuldig aan het zaaien van angst. Zo hekelde hij de klimaatactivisten die ons waarschuwen voor klimaatvluchtelingen als gevolg van klimaatverandering. Niet de migratie zelf maar het voeden van angst is het grootste gevaar voor sociale cohesie, zo stelt de Haas.

Het voeren van geen migratiebeleid is soms effectiever dan het voeren van een migratiebeleid.

Terwijl het onzinnig zou zijn om te stellen dat het migratiebeleid ‘mislukt’ is, is de effectiviteit van migratiebeleid per definitief beperkt, zo stelt de Haas. Migratie wordt voornamelijk aangestuurd door dieperliggende processen van economische ontwikkeling en sociale transformatie in herkomst- en bestemmingslanden. Migratiebeleid dat deze grondoorzaken negeert is vaak ineffectief of zelfs contraproductief.  ‘Niet-migratiebeleid’ is daarom belangrijker dan migratiebeleid in het beïnvloeden van migratie- en integratieprocessen. Het werkelijke migratiedebat zou daarom moeten gaan over het soort samenleving waarin wij willen leven.

De komende jaren gaat de Haas samen met zijn onderzoeksteam onderzoek doen naar de grondoorzaken van migratie om zo bij te dragen aan een nog fundamenteler migratiewetenschap.