1457556708_vendor

“Ondernemerschap van vrouwen geen wondermiddel”

Beleidsmakers en ngo’s zetten graag in op vrouwelijk ondernemerschap in het Zuiden. Het zou een wondermiddel zijn: het helpt de nationale economie vooruit en versterkt de positie van vrouwen. Twee vliegen in één klap dus. Volgens onderzoeker Saskia Vossenberg schiet deze hoopvolle gedachte echter tekort. “Vrouwen kunnen en hoeven de torenhoge verwachting van economische groei niet waar te maken.”

Vossenberg meent dat beleidsmakers in Afrika en Nederland zich meer bewust zouden moeten zijn van de omstandigheden, machtsverhoudingen en specifieke behoeften van vrouwen in Afrika bij het bevorderen van ondernemerschap. Ze schreef er een artikel over voor INCLUDE, het kennisplatform voor inclusieve ontwikkeling in Afrika. Om ondernemerschap van vrouwen te ondersteunen moet je niet alleen investeren in toegang tot financiële middelen en in sterkere vaardigheden, maar tegelijkertijd ook in gendergelijkheid. Meer succesvolle strategieën vragen om een beleid dat is afgestemd op de specifieke barrières die vrouwen zelf ervaren: ongelijke rechten, stereotype rolopvattingen en overbelasting door ongelijke verdeling van zorgtaken.

Wat is er mis met het idee dat vrouwelijk ondernemerschap het Zuiden vooruit helpt?
“Met het idee is niet per definitie iets mis. Integendeel, het is goed dat het bevorderen van ondernemerschap van vrouwen de aandacht krijgt die het verdient! Alleen de uitvoering ervan schiet vaak tekort. Men focust vaak op het verbeteren van individuele ‘ondernemerschapsvaardigheden’ van vrouwen. Ook het aanbieden en toegankelijk maken van financiële diensten is een veel ingezette strategie. De aanname is dat dit hun ondernemerschap bevordert, waardoor zij meer inkomen genieten en zo als vanzelf hun (ongelijke) positie verbeteren. Bovendien dragen ze zo bij aan meer economische groei, wat vervolgens armoede op zal lossen. In sommige gevallen kan dit zo zijn, maar voor een grote groep – de meest uitgesloten en gemarginaliseerden - gaat dit niet op.

De vraag die eigenlijk gesteld moet worden is: wat zorgt er voor dat bepaalde groepen uitgesloten worden?

Huidige strategieën gaan vaak voorbij aan wat er in beginsel voor zorgde dat het systeem niet in gelijke mate voorziet in de randvoorwaarden nodig voor een goed leven en bloeiend ondernemerschap. Zoals ongelijkheid in landrechten en culturele opvattingen over de positie, taken en rollen van mannen en vrouwen. Als we dit negeren, bereiken we niet wat we werkelijk willen bereiken, namelijk inclusieve ontwikkeling. De vraag die eigenlijk gesteld zou moet worden is: wat zorgt er voor dat bepaalde groepen (vaak vrouwen) uitgesloten worden van de middelen en kansen die nodig zijn om een goed bedrijf te runnen? Wat is er nodig om dit te veranderen en hoe pakken we dat aan? Dan is het nog maar de vraag of de huidige nadruk op het vergroten van individuele vaardigheden van vrouwen wel terecht is. Misschien verdienen opvattingen over hoe mannen en vrouwen zich moeten gedragen wel meer aandacht. Of de mate waarin bedrijven, overheden en bankinstellingen bewust of onbewust vrouwen discrimineren”.

Wat moet er anders?
“Het begint met de verkeerde aanname dat alle ondernemers per definitie uit zijn op groei. Niet iedere ondernemer heeft als doel te groeien. Toch is het beleid hier vooral op gericht. Voor heel veel ondernemers is hun handel of bedrijf een kwestie van overleven, geboren uit een gebrek aan goede banen. Deze groep ‘survival entrepreneurs’ bestaat voornamelijk uit vrouwen. Zij hebben niet per definitie de tijd of de ambitie om meer, groter of beter te gaan ondernemen. Want wie zorgt er dan voor de kinderen, de familie of het land? Deze groep heeft veel meer nodig dan ondernemerschapsvaardigheden of micro-krediet om uit armoede te komen. Steun van partners of het kunnen verdelen of uitbesteden van zorgtaken is minstens zo belangrijk.

Veel vrouwen hebben veel meer nodig dan vaardigheidstraining of micro-krediet

In Kenia bijvoorbeeld richten lokale beleidsmakers zich nu - na dit advies - niet meer alleen op het trainen van individuele vaardigheden van vrouwelijke ondernemers, maar ook op hun mannen. In veel culturen reageren mannen jaloers als vrouwen succesvol zijn, wat kan leiden tot huiselijk geweld. Door partners heel actief te betrekken, werd de onderneming meer gezien als iets van het hele gezin. Het gevolg: een daling in huiselijk geweld. Dat is dus een strategie die werkt". 

Wat werkt er nog meer volgens jou?
“Er is geen blauwdruk. Ieder land, iedere regio, vraagt om een andere aanpak. Misschien is dat ook wel het grootste gemis in de discussie rondom vrouwelijk ondernemerschap: dé vrouwelijke ondernemer bestaat niet. Net zo min als dé mannelijke ondernemer. Ondernemers verschillen in ambities en behoeftes. Als je wilt dat beleid effect heeft, dan moet je de bestaande beleidsinstrumenten aanpassen zodat ze aansluiten bij verschillende groepen ondernemers. Op basis van hun eígen wensen en behoeftes”.

Is dat in de praktijk wel haalbaar? 
“In de praktijk is dat natuurlijk niet zo makkelijk. Hoe herken je een vrouwelijke ondernemer met groeipotentieel? Belangrijk is om ter plekke te kijken en aan ondernemende vrouwen zelf te vragen: wat wil je, wat heb je nodig? Hoe kunnen we je vooruit helpen? En dan kan het heel goed zijn dat deze vrouwen helemaal niet willen groeien, vanuit tijdgebrek of simpelweg omdat ze dat gewoon niet ambiëren.

De veronderstelling is dat vrouwen hun inkomsten uit hun onderneming als vanzelfsprekend investeren in ‘goede’ dingen, zoals onderwijs voor de kinderen. Maar waarom zouden zij dat doen en waarom verwachten wij dat van vrouwen? Ik werkte met een vrouwelijke ondernemer uit Zimbabwe die met een groep samen spaarde voor een nieuwe BMW. En met een vrouwelijke ondernemer uit Kirgizië die wilde leren hoe je met zo min mogelijk werk zoveel mogelijk geld kan verdienen zodat ze meer tijd met haar kinderen kan doorbrengen. En waarom ook niet? Hebben deze vrouwen vervolgens geen recht meer op ondersteuning van hun ondernemerschap?

Waarom houden we vrouwen verantwoordelijk voor het oplossen van armoede?

Ik vind het vreemd dat we nu naar vrouwen kijken met de verwachting dat zij en meer economische groei gaan opleveren en de armoede gaan oplossen. Natuurlijk klopt het dat er kansen blijven liggen als er een grote groep structureel wordt uitgesloten. Maar waarom houden we vrouwen verantwoordelijk om armoede op te lossen? Dat lijkt mij de taak van velen en vooral van overheden. Bovendien negeert het dat vrouwen allang substantieel bijdragen, ook als ondernemer. Alleen bleven zij al die tijd onopgemerkt en profiteren zij niet mee. Laten we waarderen wat vrouwen allang doen en er voor zorgen dat ook zij de vruchten plukken van de kansen en mogelijkheden die economische groei biedt. Ondersteun vrouwen door de randvoorwaarden voor ondernemerschap meer gelijk te trekken. Steun vrouwen om meer zeggenschap, leiderschap en toegang te krijgen over de middelen en kansen die nodig zijn om hun leven vorm te geven op de manier zoals ze dat zelf willen: in vrijheid en in veiligheid”. 

Saskia Vossenberg is promovenda aan het Center for Frugal Innovation in Africa (CFIA). Het CFIA is een multidisciplinair onderzoekscentrum en onderdeel van de strategische alliantie van Universiteit Leiden, Technische Universiteit Delft en Erasmus Universiteit. Haar promotieonderzoek richt zich op het effect van technologische innovaties op het leven van vrouwen en hun ondernemingen in Sub-Sahara Afrika.  Daarnaast is ze werkzaam als zelfstandig adviseur op het gebied van gender, inclusieve ontwikkeling en ondernemerschap. Voor INCLUDE, het kennisplatform voor inclusieve ontwikkeling in Afrika, schreef ze een artikel over hoe ondernemerschap van vrouwen kan bijdragen aan inclusieve ontwikkeling.Op de website is ook een webdossier over vrouwen en inclusieve ontwikkeling te lezen.

Foto: Flickr.com /Seattle Globalist