1458341319_excision10big

Meisjesbesnijdenissen in Senegal: religieuze leiders vertragen vooruitgang

Je deed onderzoek naar de naleving van internationale mensenrechten verdragen om vrouwenbesnijdenis uit te bannen in Senegal. Waarom koos je juist voor Senegal?
“Ik wilde in ieder geval een land selecteren dat alle verdragen om meisjesbesnijdenis tegen te gaan had ondertekend. Senegal voldeed aan die voorwaarde. Ook heeft Senegal een democratie en een sterk maatschappelijk middenveld. Zo zijn er sterke NGOs, zoals de NGO Tostan dat veel heeft gedaan op het gebied van meisjesbesnijdenis. UNICEF en UNFPA hebben zelf delen van hun aanpak overgenomen. Mijn idee was dat het juist dan interessant is om te kijken wat er in de praktijk gebeurt.” In Senegal is er in 1999 een wet aangenomen die meisjesbesnijdenis verbiedt; er zijn actieplannen opgesteld en een succesvolle Senegalese NGO dient als voorbeeld voor het beleid van de Verenigde Naties. (red.)

In Senegal komt meisjesbesnijdenis vooral voor bij de etnische groepen Mandingue en Pulaar. Meisjes worden op heel jonge leeftijd besneden; vaak als ze nog baby zijn. In 2014 werd in de helft van de gevallen een relatief 'lichte vorm' van besnijdenis uitgevoerd (type 1) en in 26% een zwaardere vorm (14% type 2 en 12% type 3). 

Er is wel meer onderzoek gedaan naar meisjesbesnijdenis. Waar heb jij als jurist naar gekeken? 
“In de jaren ‘30 en ‘50 van de vorige eeuw waren het de missionarissen die voor het eerst melding maakte van meisjesbesnijdenis in het Westen. In de jaren ‘90 kwam er onder de internationale gemeenschap een breder besef dat het veel voorkomt. Het onderzoek dat daarop volgde is vooral door antropologen en medici uitgevoerd. Er werden veel instrumenten ontwikkeld zoals de VN resolutie om vrouwenbesnijdenis uit te bannen. Ondanks alle verdragen is het niet gelukt om meisjesbesnijdenis sterk te verminderen. Ook in Senegal wordt er weinig vooruitgang geboekt. Het percentage meisjes dat besneden wordt, is de laatste 10 jaar slechts met 3.5% gedaald (van 28.2% naar 24.7%). Voor mij was het een trigger: hebben al die verdragen dan wel zin? Als je ziet dat mensenrechten nog steeds geschonden worden, gaat er ergens iets mis. Ik wilde kijken waar het mis gaat en ik heb daarbij vooral naar de wetgeving, het beleid en de naleving van het beleid gekeken.”

Marabouts zijn religieuze Islamitische leiders. Nagenoeg alle Senegalezen volgen een Marabout; dat geldt ook voor beleidsmakers en parlementsleden. Naast Marabouts zijn er Imams die verbonden zijn aan moskeeën. Bij de Marabouts is dat niet het geval.

Wat zijn de belangrijkste obstakels bij het naleven van wetgeven en mensenrechten?
“Als eerste is dat de rol van de ‘Marabouts’. Zij hebben veel meer invloed dan de overheid. Om een voorbeeld te noemen; toen de wet om meisjesbesnijdenis te verbieden, moest worden goed gekeurd, hebben de Marabouts veel parlementsleden gemotiveerd om tegen het voorstel te stemmen. Om een signaal af te geven zijn er juist op de dag dat de wet werd aangenomen, 120 meisjes besneden. Hun invloed blijkt ook uit het feit dat er nauwelijks rechtszaken zijn geweest. Bij één rechtszaak hebben Marabouts gedreigd dat er iets ergs zou gebeuren. Prompt kreeg de rechter een hartaanval. Die gebeurtenis heeft veel invloed: het weerhoudt veel rechters, aanklagers en advocaten ervan zaken in behandeling te nemen.”

“Een andere factor is dat het ministerie dat het beleid uit moet voeren weinig mensen in dienst heeft. Er is maar één persoon die zich bezighoudt met ‘familiezaken’ waar meisjesbesnijdenis onder valt. Ook is er een algemeen gebrek aan geld. Er is een nationale wet uit 1999 en er zijn actieplannen gericht op het tegengaan van meisjesbesnijdenis. Maar zonder menskracht en middelen is het dan slechts een stukje papier dat in de la verdwijnt. Overigens is er ook voor andere onderwerpen weinig geld is. Senegal wil aan donoren laten zien dat ze voorop lopen en op een goed blaadje komen te staan. Zo heeft Senegal als één van de eerste Afrikaanse landen vrouwenbesnijdenis bij wet verboden, maar het land was daar eigenlijk nog niet klaar voor. Vanuit de NGOs die meisjesbesnijdenis willen tegen gaan was er zelfs kritiek gekomen dat de overheid hiermee te snel was. 
Verder zijn politieke leiders bepalend. De vorige president Abdou Diouf (1980-2000) was heel vooruitstrevend en heeft veel werk gemaakt van het invoeren van wetgeving. Bij de huidige president, Macky Sall, staat het onderwerp minder hoog op de agenda.”
 

Annemarie Middelburg

Annemarie Middelburg is mensenrechten- juriste en promoveert op 18 maart aan Tilburg University met haar proefschrift 'Empty Promises? Compliance with the human rights framework in relation to Female Genital Mutilation/Cutting in Senegal'. Ze werkt nu als zelfstandige voor haar eigen consultancy Middelburg Human Rights Law Consultancy.

Uit je onderzoek blijkt dat Senegalese NGO’s belangrijk werk verrichten. Waar zijn zij sterk in?
“De NGO’s spelen vooral een belangrijke rol in het vergroten van bewustzijn van de nadelige gevolgen van meisjesbesnijdenis. Dat is eigenlijk ook een overheidstaak, maar de overheid doet heel weinig op dit gebied. De NGO’s vangen dus voor een groot deel de overheidstaken op. Het vergroten van bewustzijn is heel belangrijk omdat er veel onwetendheid is over meisjesbesnijdenis. Zo wordt er geen verband gelegd tussen besnijdenis en pijn bij het plassen en vrijen en de hoge kindersterfte. Het wordt vaak gezien als onderdeel van het ‘vrouw zijn’ of ‘de wil van Allah’. De NGO’ s komen uit de gemeenschap zelf en zij kunnen zich heel respectvol uitdrukken. Ik denk dat het heel belangrijk is om vrouwen op een respectvolle manier te behandelen en om te proberen te begrijpen waarom de praktijk voorkomt. Dat is de kern om stappen te zetten om meisjesbesnijdenis tegen te gaan. Veel mensen weten niet beter en een onbesneden vrouw valt in veel opzichten buiten de sociale groep. Een sterke mensenrechtenbenadering vanuit Westerse NGO’s werkt dan niet goed.”

Foto: Alicia Field