1481725667_aveba_district_de_lituri_province_orientale_dr_congo_-_des_militaires_fardc_en_patrouille._16643921095

Hoe bedrijven kunnen helpen bij vredesopbouw

Wat kunnen bedrijven bijdragen aan het verminderen van (gewapende) conflicten in ontwikkelingslanden? Die vraag stond centraal in het promotieonderzoek van François Lenfant. In dit vraaggesprek licht hij zijn belangrijkste conclusies toe, en wijst op het belang van transparantie en brede samenwerking.

Het onderzoek

Voor zijn onderzoek analyseerde François Lenfant bedrijven actief in Centraal-Afrikaanse landen (Democratische Republiek Congo, Republiek Congo, Angola en Rwanda). Hiervoor gebruikte hij naast hun jaarrekeningen ook vragenlijsten en interviews met betrokkenen.

Bedrijven in conflictgebieden, brengen die niet alleen maar onheil?

“Dat is wel de manier waarop eerder onderzoek naar de rol van bedrijven in deze landen keek. Bedrijven die betrokken zijn bij wapensmokkel of schendingen van mensenrechten bijvoorbeeld. Ook is er veel onderzoek gedaan naar de ‘grondstoffenvloek’: in sommige landen met veel natuurlijke hulpbronnen dragen bedrijven die grondstoffen winnen bij aan het financieren van corrupt bestuur of zelfs rebellengroepen. In mijn proefschrift probeer ik echter juist te kijken naar hoe bedrijven op een positieve manier kunnen bijdragen; hoe kunnen ze conflicten helpen verminderen dus.”

Wat is er nodig voor een positieve bijdrage van bedrijven?

“Een belangrijk beginpunt is dat je als bedrijf transparant bent over de manier waarop je eventueel bij conflicten betrokken bent. Net als dat bedrijven tegenwoordig steeds opener zijn wat betreft hun impact op het milieu, of op welke manieren ze aan sociaal ondernemen doen, kan je als bedrijf aangeven hoe je bijvoorbeeld met die ‘grondstoffenvloek’ omgaat. Wel blijkt uit mijn onderzoek dat bedrijven eerder over hun milieu- en sociale impact berichten dan over conflicten. Wat ze aan activiteiten op het gebied van conflicten ondernemen blijft meestal ook vrij algemeen, in plaats van dat er specifiek naar de Centraal-Afrikaanse context wordt gekeken.”

Wat voor soort activiteiten zijn dat?

“In mijn onderzoek bestudeer ik onder andere ruim vijftig koffieproducenten uit Rwanda en het oosten van de Democratische Republiek Congo. Deze bedrijven hebben naast hun commerciële doelen ook een sociale missie. Die sociale missie uit zich in een positieve houding ten opzichte van alle betrokken groepen, ook de gemeenschappen waarin ze werken. Dit versterkt de lokale saamhorigheid en zorgt voor ontwikkeling in deze gemeenschappen.”

Sommige partnerschappen zijn erg traditioneel, anderen pakken de grondoorzaken van conflict aan

“Ook zijn er bedrijven die in partnerschappen werken met maatschappelijke organisaties. Het grootste deel hiervan is sterk gebaseerd op een filantropisch model: het bedrijf geeft geld en daarmee worden projecten gedaan op traditionele onderwerpen zoals zorg en onderwijs. Maar er zijn ook partnerschappen die een grotere maatschappelijke impact hebben. Daar worden de grondoorzaken van conflict aangepakt en worden de capaciteiten van gemeenschappen versterkt. Het zijn in die projecten vaak maatschappelijke organisaties die pragmatisch naar de rol van bedrijven kijken die met bedrijven samenwerken, in plaats van organisaties die zich vooral op lobby en onderzoek richten.”

Hoe kunnen bedrijven iets aan die ‘grondoorzaken’ van conflicten doen?

“Door samen te werken met plaatselijke en internationale maatschappelijke organisaties, die meer kennis hebben over de lokale context en toegang hebben tot de gemeenschappen. Dit soort partnerschappen vinden meestal plaats in omgevingen waar regels onvoorspelbaar zijn en overeenkomsten moeilijk te handhaven. Daarnaast is er vaak gebrek aan veiligheid en weinig vertrouwen in het openbaar bestuur. De partnerschappen dragen aan de ene kant bij aan het verbeteren van die veiligheid, bijvoorbeeld door opstandelingen hun wapens neer te laten leggen. Aan de andere kant dragen ze ook bij aan goed bestuur, omdat overeenkomsten en wetten meer worden gerespecteerd.”

“In dat opzicht is ook de samenwerking met overheden belangrijk. Sommige partnerschappen werken alleen op een regionaal niveau, terwijl andere op nationaal of zelfs internationaal niveau actief zijn. Uit mijn onderzoek blijkt dat de nationale overheden zelden in partnerschappen op regionaal niveau meedoen, en dat bedrijven juist grotendeels ontbreken in de internationale samenwerkingen. De partnerschappen op nationaal niveau zijn wat betreft een brede samenwerking het meest effectief, en dragen daarmee ook het meest bij aan het aanpakken van de grondoorzaken van conflicten. Mijn aanbeveling is dan ook dat men werk maakt van het beter verbinden van deze verschillende niveaus en partners, om de potentie van partnerschappen optimaal te benutten.” 

François Lenfant promoveerde op 7 december aan de Universiteit van Amsterdam op zijn promotieonderzoek ‘On Business, Conflict and Peace: Interaction and Collaboration in Central Africa’. François doet freelance onderzoek naar en evaluaties van conflictprocessen in Afrika.

Soldaten van het Congolese regeringsleger in het oosten van DR Congo. Foto: MONUSCO