1471709356_georgetown_jesuit_residence

Buitenlandervaring tijdens je studie: nuttig of onnodig?

Het onderzoek beschrijft mondiaal burgerschap als ‘een drieluik van globaal besef, sociale verantwoordelijkheid en maatschappelijke betrokkenheid’. Dit betekent dat mensen zich bewust zijn van problemen op andere plekken. Milieuproblemen zijn tegenwoordig het belangrijkste zorgenkindje van bewuste burgers, maar de onderzoekers vinden het belangrijk dat we deze niet los zien van sociale ongelijkheden en onrechtvaardigheden, zoals armoede. ‘Mondiale burgers’ zijn zich niet alleen bewust zijn van deze problemen, ze trekken zich er ook wat van aan. Bovendien zetten ze zich ook in om deze problemen aan te pakken, bijvoorbeeld door duurzame producten te kopen. Met andere woorden, het is van groot belang voor mondiaal burgerschap dat de ‘mondiale burger’ zich realiseert dat hij of zij een actieve rol kan spelen in het oplossen van problemen die zich op andere plekken ter wereld afspelen.

In een geglobaliseerde wereld is het belangrijk dat reflectie zich niet tot Nederland beperkt

De rol van het hoger onderwijs

Hoewel het onderzoek zich richt op de Verenigde Staten, vervullen universiteiten en hogescholen in Nederland ook een belangrijke maatschappelijke functie. De opleidingen die hogescholen en universiteiten bieden gaan over meer dan alleen kennis opbouwen. Ze hebben ook als doel het reflectievermogen van studenten te bevorderen, en hun kritische denkvermogen over de samenleving te vergroten. In een geglobaliseerde wereld is het belangrijk dat deze reflectie zich niet tot Nederland beperkt, aangezien onze keuzes en ons gedrag ook buiten de grenzen impact hebben. Zo wordt het grootste deel van de kleding in Nederlandse winkels in het buitenland gemaakt en heeft de uitstoot van de CO2 van een plaatselijke autorit ook buiten Nederland gevolgen. Vanuit het besef dat Nederland en de rest van de wereld nauw met elkaar verbonden zijn, stimuleert de Nederlandse overheid internationale samenwerking en uitwisseling in het onderwijs dan ook actief.  

Op naar het buitenland?

Volgens recente cijfers heeft 23 procent van de Nederlandse studenten een buitenlandervaring gehad. Hieronder vallen zowel (delen van) studies als stages. Een periode in het buitenland geeft studenten de kans om zelf te leren hoe andere culturen naar de wereld kijken. Doordat de studenten buiten hun ‘comfort zone’ stappen, kunnen er momenten voor reflectie ontstaan, stellen de onderzoekers. Ze ervaren dat de perspectieven op de wereld in andere landen en andere culturen kunnen verschillen van hun eigen visie en daarmee leren studenten óók meer over hun eigen kijk op de wereld. 

De duur van de buitenlandervaring blijkt nauwelijks van belang

Kwaliteit belangrijker dan tijd 

Allemaal naar het buitenland dus? Het is echter niet zo dat een buitenlandervaring mensen ‘automatisch’ betere mondiale burgers maakt. ‘Gewoon doen’ gaat niet zonder meer op. Nadrukkelijke reflectie is dan ook belangrijk, bijvoorbeeld door bij thuiskomst een verslag te schrijven. De duur van de buitenlandervaring blijkt er vervolgens weinig toe te doen. Al vanaf een verblijf van twee weken zou er een merkbaar positief effect zijn volgens de onderzoekers. Opmerkelijk is dat dit effect eigenlijk nauwelijks toeneemt wanneer een verblijf (veel) langer is. De onderzoekers moedigen daarom korte termijn-verblijven aan; ook om kosten te drukken.

Niet voor iedereen

Uit het onderzoek blijkt dat studenten uit gezinnen met een hoge sociaaleconomische status vaker dan studenten uit gezinnen met midden- en lage sociaal-economische statussen naar het buitenland geweest. Financieringsmogelijkheden spelen daar mogelijk een rol bij. Er zijn immers maar beperkt beurzen beschikbaar om tijdelijk in het buitenland te studeren, waardoor kinderen van rijkere ouders meer mogelijkheden hebben. Ook voor Nederlandse studenten die naar het buitenland willen, is het aanbod van beurzen karig. Hoewel de Europese Unie via Erasmus+ korte en middellange verblijven wil bevorderen, is het aantal beschikbare plaatsen beperkt.   

Foto: Wikimedia