1441976182_8226738243_fa35ebb56a_k

Breekt effectstudie naar hulp ‘de strijkstok’ in tweeën?

De boodschap van het dinsdag gepresenteerde evaluatieonderzoek is helder: ontwikkelingshulp door Nederlandse ngo’s is effectief en efficiënt. De ontwikkelingssector is trots en opgetogen en omarmt deze conclusie. Ook minister Lilianne Ploumen is tevreden. En de samenleving? Breekt deze studie de ‘strijkstok’ als argument tegen ontwikkelingshulp definitief doormidden? 

Imagoprobleem
De Nederlandse ontwikkelingssector kampt met een imagoprobleem. Volgens cijfers uit het Geven in Nederland onderzoek uit 2015 vindt één op de drie Nederlanders het zinloos om geld aan ontwikkelingshulp te geven. Men heeft in het algemeen maar weinig geloof in goede doelen: de helft van de Nederlanders vindt dat deze doelen vaak niet effectief zijn. Het beeld dat Nederlanders hebben over het effect van hulp staat dus haaks op de succesvolle resultaten zoals gepresenteerd in de grootschalige evaluatiestudie. 

Helft van de Nederlanders zegt meer geld te geven bij meer openheid 

Ei van Columbus
Zal deze studie – de grootste ooit en gecoördineerd door NWO-WOTRO - het gat tussen beeldvorming en feiten dichten? De effectiviteit van hulp  is – samen met transparantie, impact en open data – al enige tijd een hot topic binnen de goede doelensector. Openheid over de bestedingen wordt weleens gepresenteerd als het ei van Columbus: wanneer goede doelen transparant zijn over hun bestedingen en behaalde resultaten, stijgt het vertrouwen en nemen de donaties toe, zo is de gedachte. Ook cijfers uit (niet gepubliceerd) representatief onderzoek van Kaleidos Research uit 2014 lijkt dit te bevestigen: 60% van de Nederlanders zegt behoefte te hebben aan meer informatie over waar het geld  voor ontwikkelingssamenwerking aan wordt besteed. Sterker nog, de helft van de Nederlanders zegt meer geld te geven bij meer openheid over hoe goede doelen hun budget besteden. Deze wens leeft zowel onder Nederlanders die al geld geven aan ontwikkelingshulp, als onder Nederlanders die dat niet doen.

Slechts 2 op de 10 donateurs heeft ooit informatie over resultaten opgezocht

De praktijk
Is het echt zo makkelijk? Dat valt nog te bezien. In de praktijk blijkt informatie over effectiviteit van hulp er voor een grote groep helemaal niet toe te doen. Hoewel 63% van de gevers aan ontwikkelingshulp zegt de keuze voor een doel te laten bepalen door succesvolle resultaten uit het verleden, heeft slechts 20% hier daadwerkelijk ook ooit informatie over opgezocht. Engels onderzoek bevestigt deze bevinding. Het deel dat zegt impact belangrijk te vinden (60%) is veel groter dan het aantal Engelsen dat hier informatie over inwint (10%). Nog minder Engelsen (2%) gebruiken deze info vervolgens ook bij het maken van de keus voor een goed doel. 

Oppervlakkige signalen van effectiviteit
Hoe kunnen mensen effectiviteit als doorslaggevend zien voor de keus van een doel, terwijl ze hier tegelijkertijd nooit informatie over opzoeken? Donateurs geven aan dat ze erop vertrouwen dat het goed zit (23%), dat ze er geen behoefte aan hebben (23%) of dat ze er niet aan hebben gedacht (22%). Veel donateurs maken kennelijk een inschatting over zaken als effectiviteit op basis van andere factoren dan feiten zoals gepresenteerd in bijvoorbeeld jaarverslagen. Zoals Kellie Liket in haar proefschrift beschrijft, ontvangen organisaties die het beste zijn in het afgeven van signalen van effectiviteit de meeste donaties. Deze signalen zijn vaak oppervlakkig, zoals het wel of niet bijvoegen van een cadeautje bij de wervingsmail. 

Geen behoefte aan informatie 
Ook voor potentiële gevers lijken een grotere transparantie en nadruk op effectiviteit geen wondermiddel. Slechts 4% van de niet-gevers aan ontwikkelingshulp heeft wel eens informatie opgezocht over behaalde resultaten van een hulporganisatie. Het is dus niet zo dat deze Nederlanders nu niet geven omdat zij de feitelijke resultaten van een project (nog) niet goed genoeg vinden. De meesten (60%) geven aan geen behoefte te hebben aan informatie. Bovendien vertrouwen niet-gevers de ontwikkelingsorganisaties het minst als het gaat om het verschaffen van informatie over het effect van hulp. Meer informatie over projecten vanuit de organisatie zélf zal door deze groep dus slechts met argusogen worden bekeken. 

Waar gevers geloven dat het wel goed zit, zijn niet-gevers er juist van overtuigd dat het niet goed zit.

Terug naar de bron van beeldvorming
Beeldvorming over effectiviteit is dus van groter belang dan de daadwerkelijke resultaten van hulpprojecten als het gaat om het ondersteunen van goede doelen. Waar gevers geloven dat het wel goed zit, zijn niet-gevers er juist van overtuigd dat het niet goed zit. Hoe dit te doorbreken? De oplossing lijkt simpel: teruggaan naar de bron van deze beeldvorming. Die beeldvorming wordt echter door verschillende factoren bepaald, zoals de berichtgeving in de media en de manier waarop familie en vrienden over hulp denken. Wat positief stemt voor de hulpclubs, is dat het rapport is opgesteld door tweehonderd wetenschappers. Nederlanders hebben relatief veel vertrouwen in informatie over de resultaten van hulp afkomstig van wetenschappelijke experts, zo laten de cijfers zien. Wat henook helpt, is dat niet alleen de Volkskrant, maar ook bijvoorbeeld de Telegraaf positief berichtte over de studie. 

Negatieve berichten maken meer indruk
Minder hoopvol voor de hulporganisaties is dat het AD een dag later met een ‘tegengeluid’ kwam. Deze krant meldde dat grote goededoelenorganisaties kantoor houden op dure toplocaties, waarvan de huur betaald wordt met particuliere donaties. Al eerder lag de sector onder vuur door berichten over hoge salarissen van directies en over de campagnedirecteur van Greenpeace die per vliegtuig op en neer pendelde tussen huis en werk. Onderzoekers tonen aan dat juist dit soort negatieve berichten beklijven. Het valt al met al nog maar te bezien of de positieve evaluatiestudie de Nederlandse ontwikkelingssector daadwerkelijk een beter imago gaat bezorgen.

De cijfers waar we naar verwijzen zijn gebaseerd op een representatieve steekproef onder 2312 Nederlanders en zijn verzameld in mei 2014. De module 'transparantie & effectiviteit' vormde een aparte module in het jaarlijkse 'Nederlanders & de Wereld' onderzoek.